| De geschiedenis van Waskemeer |
|
|
|
Pagina 1 van 5 Waskemeer heeft zijn ontstaan te danken aan het veen dat hier eertijds werd gevonden. De grond waarop Waskemeer verrezen is was vroeger in eigendom van de boeren van Haule. Een uit gestrekt heideveld dat alleen diende voor het weiden van de Drentse schapen die, evenals elders, op de Haule werden gehouden. Jan Jelles, zoon van Jelle Jans, wonende op de stemdragende sate no.1 van Haule, de meest westelijke boerderij, maakt een overeenkomst met de eigenaar van Bakkeveen, t.w. Tjeard van Aijlva, over het tot de sate no.1 behorende Haulerveen, om dat "an te steken". Eigenaar van de venen waren toen 4 leden van het geslacht Lyclama a Nyeholt, Livius Dirk van Andringa en Daniel de Block. Vanaf 1647 tot 1862 is er van het geslacht Lyclama a Nyeholt bijna onafgebroken iemand grietman, of zoals deze later genoemd werd (vanaf 1851), burgemeester van Ooststellingwerf. Eigenlijk wilde van Aijlva het hoogveen vergraven over de volle breedte van het Haulerdorpsgebied. De ontginning van het veen was de oorzaak dat een vaart moest worden gegraven door dat barre woeste landschap om de afvoer van de gemaakte turf mogelijk te maken. In 1756 komt er een overeenkomst tot stand met Barones Thoe Startenbach, die dan eigenaresse is van Backeveen, dat men de gegraven turf mag afvoeren over de wateren door Backeveen. Door het tekenen van een definitieve overeenkomst op 25 juni 1756 wordt aangenomen dat Waskemeer, toen noemde men het nog Haulerwijk, is ontstaan. Omdat eerst een wijk naar Haule werd gegraven kwam zo de eerste naam tot stand. Wijk naar Haule of wijk van Haule. De herberg op de hoek bij de kromten werd volgens muurankers reeds gebouwd in 1765. |



